Home
Home
Bijvullen en Ontluchten
Het bijvullen van uw CV-installatie is een vrij gemakkelijke klus. U moet daarbij wel op een
aantal zaken letten:
De waterdruk in de installatie mag niet lager zijn dan 1 bar (1kgf/cm²) volgens de zwarte wijzer.
Dit is af te lezen op de waterdrukmeter. Wanneer de druk lager is dan 1bar moet u de
installatie met water bijvullen. De vul- en aftapkraan zit altijd in de buurt van de waterdrukmeter.
Voor het bijvullen heeft u het volgende nodig: een bijvulslang met een koppeling om de slang op
de CV te kunnen aansluiten, een sleutel om de vul/aftapkraan open en dicht te draaien en een
ontluchtingssleuteltje.

Het bijvullen gaat als volgt:

Zet de kamerthermostaat zo laag mogelijk en laat de CV afkoelen tot ongeveer 40º C.
Draai alle radiatoren open.
Doe de stekker van de ketel uit het stopcontact.
Bevestig de bijvulslang goed aan de waterkraan. Vul de slang voorzichtig geheel met water
(houd het andere slangeinde boven een emmer) door de waterkraan iets te openen tot de
slang vol water zit en de lucht uit de slang is verdwenen. De kraan sluiten en de slang
dichtknijpen.
Bevestig de volle slang aan de vul- en aftapkraan en zet deze goed vast met de koppeling of
slangklem. Draai eerst de waterkraan open en daarna de vul- en aftapkraan door deze een
kwartslag (met de sleutel) te draaien. Ga door met vullen totdat de zwarte wijzer van de
waterdrukmeter op ongeveer 2 bar staat.
Draai de waterkraan dicht en vervolgens de vul- en aftapkraan door deze weer een kwartslag
te draaien. Laat de slang nog even zitten.
Door het vullen komt er lucht in de CV. Zet daarom de circulatiepomp even aan door de
stekker in het stopcontact te doen (5 minuten) en de stekker er vervolgens weer uit te halen.



waterdrukmeter
ontluchten
digitale waterdrukmeter
vul en aftapkraan
waterkraan